Het konijn behoort niet tot de familie van de knaagdieren, zoals vaak gedacht wordt, maar tot de haas-achtigen
Alle haas-achtigen bezitten ongeveer dezelfde lichaamsbouw en hebben ongeveer dezelfde voorkeuren qua voeding.
Net als de knaagdieren hebben de haas-achtigen geen hoektanden, maar goed ontwikkelde snijtanden. Deze tanden hebben geen gesloten wortels, maar groeien hun leven lang door net als de kiezen. Door te eten slijten de tanden af.
De haas-achtigen onderscheiden zich van de knaagdieren doordat in de bovenkaak niet één, maar twee paar snijtanden aanwezig zijn. De grootste snijtanden staan vooraan, de kleinere snijtanden (dit worden de stifttanden genoemd) staan daar direct achter.
Het konijn is ook zeker niet helemaal met de haas te vergelijken, konijnen maken een nest en hun jongen zijn nestblijvers(Zij blijven in het nest en worden naakt en blind geboren). De jongen van de Haas zijn nestvlieders(zij verlaten al snel hun nest en kunnen al vrij kort na de geboorte zien, oren en hebben al een vacht).
In Nederland kennen we ongeveer 50 verschillende konijnenrassen. Elk jaar komen er een paar bij en soms gaan er een paar weg. Van de kleinste die maximaal 1100 gram mag wegen tot het grootste ras, de Vlaamse reus, die al snel zo’n 6 kg weegt.
Over het algemeen genomen zijn de mannetjes aanhankelijker dan de vrouwtjes. De rammetjes willen nogal eens gaan sproeien (urine spuiten). De vrouwtjes kunnen dit ook doen, dit doen ze om hun territorium af te bakeren.
Je kan de dieren laten steriliseren of castreren, dit kan het sproeien weg nemen of verminderen.
Als we het konijn gaan huisvesten. Moet men de eerste keuze maken, of het konijn binnen of buiten wordt gehouden.
Ten eerste mag een konijn niet op de tocht staan!
Houdt er binnen rekening mee dat wanneer het konijn binnen wordt los gelaten, de onder grond niet glad mag zijn!
Komt het konijn buiten te staan, dan moet men er voor zorgen dat het hok niet in de zon staat rond het middaguur. Een konijn vindt een beetje zon wel lekker, maar wordt het te warm, dan kan het zijn hitte niet kwijt en zal het daar aan bezwijken. Zorg er ook voor dat er geen wind of regen pal op het hok komt te staan. Ook kan men in het hok een nacht gedeelte maken, waar het konijn kan schuilen tegen extreme wind en kou.
Een konijn kan prima tegen de kou, mits hij eraan gewend is. Het is niet goed voor een konijn als het van buiten naar binnen wordt gehaald en na een poosje weer wordt terug gezet. Door de grote temperatuurschommelingen kan het dier kou vatten. Uiteraard is de grootte van het hok afhankelijk van de grootte van het konijn.
Zorg voor een goede kwaliteit hout voor het buitenhok, konijnen knagen graag aan zachter hout.
De bodem bedekking is bij iedereen weer verschillend, dit varieert van oude kranten met stro, zaagsel/ houtkrullen, zaagsel met stro, aubiose, vlasvezel en hemparade.
Soms worden ze op houtkorrels of kattenbak grit gezet, zelf ben ik daar geen voorstander van omdat als ze dit opeten, dit kan gaan uitzetten in de maag.
De maten staan vermeld onder de rassen: Dwerg, midden en grote rassen
Ook de verzorging van de dieren kost in de regel geen wereldbedrag. Voor een paar tientjes per maand heeft het konijn goede voeding en een uitstekende bodembedekking in het hok. Bedenkt u bij aanschaf wel dat een konijn met goede voeding en verzorging 10-12 jaar of ouder kan worden, en dat diergeneeskundige zorg voor konijnen duurder is dan voor een kat!. We raden u daarom aan alleen een konijn te nemen als u dat zelf (ook) wilt, en niet alleen de kinderen.
Vergeleken met andere diersoorten zijn konijnen gemakkelijk te houden. Elke dag schoon water, elke dag voer, soms aangevuld met vitaminerijke toevoegingen. Elke week dient het hok te worden verschoont, in de zomer maanden soms wel vaker.
Als het konijn lange nagels heeft, dienen deze geknipt te worden. Dit gebeurt met een speciale nagelknipper.
Ook dient men altijd te controleren of het dier geen wondjes heeft of vuil is. Is het diertje zoals normaal of gedraagt hij zich anders? Is zijn gebit goed? Heeft het konijn een foutief gebit, dan moet men deze ook knippen of laten knippen.
De voeding van een konijn is zeer belangrijk.
Wanneer men verkeerd voert, kan een konijn ziek worden. En zelfs de dood tot gevolg kan hebben.
Konijnen zijn herbivoren oftewel planteneters. In het wild voeden ze zich met grassen, kruiden, wortels etc.
Voor de konijnen die wij als huisdier houden is er veelal voer en snoep in de dierenspeciaalzaak te koop. Het beste voor de basis is de konijnenkorrel.
Er is ook gemengd voer te koop. Het gemengde voer ziet er natuurlijk leuker/ gezelliger uit, maar wanneer het bakje voer niet geheel wordt leeg gegeten, kunnen ze met dit voer toch tekorten krijgen aan bepaalde vitamine en mineralen.
Mijn voorkeur gaat naar de konijnen korrels (biks). Ook is het belangrijk om niet te veel voedsel te verstrekken, 50 gram per kilo konijn is ruim voldoende! Wanneer men te veel voert, kan men dit ‘s morgens zien aan de ontlasting. . Een konijn produceert twee soorten mest. De harde mest (70% droge stof - de bekende konijnenkeutels) en de zachte mest (35% droge stof). De laatste eet het konijn niet zelden rechtstreeks uit de anus en slikt het zonder te kauwen door. Door het eten van deze mest krijgt het konijn extra vitamine B en K binnen en het levert ongeveer 10% van de eiwitbehoefte van het konijn. De zachte “ochtend ontlasting” bevorderd de spijsvertering. Als het konijn dit niet op eet, krijgt het konijn te veel voedsel.
Het aller belangrijkste is het verstrekken van ruwvoer (Hooi en Stro). De vezels stimuleren het spijsverteringskanaal. Als het konijn gewend is groen voer, kan dit als variatie worden gegeven. Is het konijn hieraan niet gewend, houdt het dan op hooi en telkens het zelfde merk konijnen korrel. Wanneer men vaak varieert, kan het konijn ziek worden. Wil je het konijn laten wennen aan groenvoer, dan moet de overgang van droogvoer naar groenvoer heel geleidelijk gebeuren om darmstoornissen te voorkomen.
Geef jonge konijnen die net zijn aangeschaft de eerste tijd geen groenvoer. Laat de dieren eerst wennen, maar geef wel veel hooi. Na gewenning kunnen heel kleine beetje gegeven worden. Dat is heel gewoon. Uiteraard moet het dier altijd vers drinkwater tot zijn beschikking hebben.
Wanneer het dier niet meer eet ga dan direct naar de dierenarts, wanneer de darmen van een konijn komen stil te leggen, moet dit d.m.v. dwangvoeding en pijnstillers worden opgewekt. Als dit niet gebeurt, is de afloop vrijwel altijd fataal.
Wanneer men besluit om een nestje te nemen komt er nog wat bij kijken.
Als eerste stelt u de vraag waarom wil ik een nestje. Meestal vinden de mensen het gewoon leuk en denken niet verder na over de kruising tussen twee verschillende konijnen. Dit noemen we vermeerderen,het heeft geen toegevoegde waarde voor het ras.
Wanneer men gaat fokken, laat men bewust twee dieren met elkaar paren. Het is dan bedoeld om het ras te verbeteren. Dit geeft dus meer waarde voor dit ras. Het is natuurlijk niet altijd zo dat de jongen beter zijn dan de ouders, maar het streven is daar wel naar.
Een mannetjeskonijn heet ram of rammelaar, het vrouwtjeskonijn noemen we een voedster en jonge konijnen worden lampreien genoemd. Konijnen zijn op een leeftijd van vier maanden geslachtsrijp, bij grotere rassen is dit rond de 7de maand. Dit betekent, dat het dier zich kan voortplanten. Voor de fokkerij zijn ze dan nog niet geschikt. Afhankelijk van de grootte kan dit vanaf zes maanden.
Dwergkonijnen krijgen twee tot vier jongen per worp. Grotere konijnen krijgen meer jongen. Jonge konijnen worden kaal en blind geboren. Na tien dagen gaan de oogjes open en zijn ze behaard.
Op een leeftijd van 6 - 8 weken mogen ze gespeend worden (bij de moeder weg). Het spenen is afhankelijk van de gezondheid van zowel het jong als de moeder. Met 6 weken is het darmstelsel van een tam konijn net klaar, de goede darmflora is net gevormd, het is een zogenaamde kritieke leeftijd. Een week wachten zorgt dat de darmflora stabieler is en een konijntje dus sterker is, minder snel darmziekten oploopt.
BEVRUCHTING.
De voedster is gemiddeld elke drie weken bronstig en bereid tot een paring. Als een voedster gedekt moet worden, wordt zij altijd in het hok van de ram geplaatst en nooit andersom!
In het laatste geval reageert de voedster meestal vijandig naar de ram.
Als de dekking niet snel gebeurt, is het beter de voedster weer uit het hok van de ram te halen. Enkele uren later wordt het dan nog een keer geprobeerd.
Wanneer de ram de voedster betreed, zal een speelse(dekbereide) voedster, haar kont en mede haar geslachtsorgaan om hoog brengen.
Wanneer de ram binnen treed, vindt direct de zaadlozing plaats. De ram VALT dan van de voedster af, heeft zijn oren dan gespreid en kreunt meestal.
Na de eerste dekking heeft het geen zin om de voedster bij de ram te laten, probeer het NA 4 uurtjes weer eens; eerder zal de voedster het zaad niet aannemen.
De voedster bepaald of er eicellen worden los gelaten, om bevrucht te worden.
Na ongeveer 10 dagen kan men de voedster laten schouwen(Het bij de ram zetten en kijken of ze speels is). Doet de ram niets, of doet zij raar tegen de ram(grommen), dan is ze meestal wel drachtig.
Gaat de voedster met 10 – 14 dagen opeens een nestje van wol maken, dan is ze niet drachtig en zou ze wederom gedekt kunnen worden.
De draagtijd van een konijn is tussen de 29 en 33 dagen, afhankelijk van het ras.
GEBOORTE EN VERZORGING VAN HET NEST.
Sommige voedster maken al 10 dagen van te voren hun nest al klaar, andere doen dit een paar minuten voor de geboorte, en andere maken helemaal geen nest.
Als de voedster al vroeg een nest maakt, controleer dit geregeld of ze er niet in poept of plast. Het nest moet droog en schoon blijven.
Even voor de geboorte kan het zijn dat de voedster geen of weinig trek meer heeft in haar voer.
Op het moment van de geboorte verliest de voedster wat vruchtwater, meteen hier achteraan komt het lam(lampreien). De voedster draait wat rond en neemt een zit houding aan, haar voorpootje houdt ze van de grond en zittend perst ze het jong uit, de voedster helpt het jong uit het geboortekanaal, met haar bek.
Ze eet meteen de placenta op en likt het jong droog. Ze likt over de buik om de bloedsomloop en de ademhaling te stimuleren. Vlak achter het eerste jong komt de volgende, instinctief krabbelt deze tegen de eerste aan om elkaar warm te houden.
Wanneer een jong in stuitligging ligt, komt het er vaak niet van zelf uit en is hulp geboden. Het jong blijft dan hangen op de bekken van de voedster, het jong moet dan voorzichtig gedraaid worden, zodat het vrij komt van de bekken.
Als de voedster klaar is met werpen, dekt ze haar jongen af met het nest wol.
Een voedster voed ongeveer 2 keer per dag haar jongen, dit is instinctief, het schuilhouden van haar nest.
Heeft de voedster wel gejongd en geen nest gemaakt, dan moet men de voedster zelf plukken. De haren(wol) op haar boeg en op haar buik en vooral rond de tepels, kunnen worden weg gehaald, deze zitten al vrij los. Maak van deze wol een nestje voor de jongen en leg ze daarin. Geef de voedster wat te eten en kijk even wat ze doet met het nest. In dit geval moet men de jongen controleren, of ze genoeg voeding krijgen.
De jongen worden doof, blind en kaal geboren, met 10 dagen zit er al wat haar op en ze kunnen al een beetje horen, de oogjes gaan dan open, maar het zicht moet nog ontwikkelen. Na een paar weken kunnen ze goed horen en zien, ze zien alleen nog geen diepte, dus laat niet je hok open staan! Rond de 8 – 10 weken gaat dit al wat beter.
Als de oogjes zijn geopend, zullen ze al snel kruipend op ontdekking gaan.
Met 2 – 3 weken beginnen ze al wat hooi en brokjes te proeven. Vanaf 3 weken beginnen ze al wat meer te eten. Ze blijven bij moeder drinken zolang zij dat toelaat of tot ze gespeend worden.
Als de jongen beginnen te eten, vindt er een verandering in het darmstelsel plaats. De jongen worden als het goed is nog schoongelikt door hun moeder, wat tevens de darmen stimuleert en daardoor hun urine en ontlasting kwijt raken. Wanneer het nest te groot is of de voedster onervaren, gebeurd het weleens dat ze de jongen niet goed schoon houdt, dan komt de taak er voor ons aan, zorg dat de jonge diertjes schoon blijven! Met natte watten kun je het ergste vuil er afweken, ga niet zitten pulken en trekken, hierdoor kun je het geslachtsorgaan beschadigen.
HET SPENEN VAN DE JONGEN.
Als de jongen zichzelf schoon kunnen houden, hun ontlasting goed stevig is en ze er goed uitzien(lekker stevig,vol), en ze eten en drinken goed, dan wordt het tijd om ze te spenen(vanaf 6 weken) eerder is het darmstelsel nog niet ontwikkeld. 6 weken is vrij vroeg, maar wanneer de voedster niet goed genoeg meer voor haar jongen kan zorgen of het nest is eigenlijk erg groot, kan een jong zich, mits hij aan de voorwaarde voldoet, vanaf 6 weken zelf goed verzorgen. Verkoop ze pas als ze het zonder moeder een week goed doen!
EEN NIEUW HUIS.
Wanneer het jonge konijntje, gezond genoeg en zelfstandig is, kan het naar zijn nieuwe thuis. Het is voor de meeste mensen en kinderen een spannende gebeurtenis, maar dat is het zeker ook voor de nieuwe aanwinst. Zijn omgeving is anders, de geur en de geluiden zijn anders, het diertje raakt hierdoor ook wat gestrest, de ene wat meer dan de ander. Wat merken we aan het konijntje; Hij zal wat stilletjes zitten de eerste dagen, wat minder eten, ook kan hij last krijgen van dunnere ontlasting. In dit laatste geval voor dan alleen maar goed hooi en verstrek genoeg water. Bouw na een paar dagen als de ontlasting weer zijn normale keutelvorm heeft het voer (biks) geleidelijk aan op. Bij elke verhuizing of na een tentoonstelling kunnen dieren een beetje van streek raken.
Let goed op het gedrag van het konijn, wanneer het diertje ziek is en wordt vervoerd naar de Dierenarts, zal hij zich daar anders gedragen dan thuis. Dit komt door de stress van het vervoeren! Konijnen zijn heel stress gevoelig, zelfs verandering in het voer kan stress opleveren.
HET VERVOEREN VAN HET KONIJN.
Als je het konijn moet vervoeren, zorg voor een stevige vervoerskooi of verzendkist. De kooi of kist moet voldoende geventileerd zijn. Het konijn moet er net aan in kunnen, hij mag net genoeg ruimte hebben om te kunnen draaien. Dit lijkt heel zielig, maar dat is het juist niet. Wanneer men een konijn in een ruime kooi/hok vervoerd, kan het konijn gaan springen of rond gaan rennen, wanneer er een onverwachte stop of bocht komt en het konijn zet net af, kan hij zich verrekken, bij pech is het konijn aan zijn achterhand verlamd. Zit het konijn krap, dan heeft hij steun van de zij kanten in de bochten en bij een stop wordt hij niet door het hok geslingerd.
Laat een konijn niet langer dan nodig is in zijn vervoersbox zitten, zijn temperatuur loopt dan erg op!
VACCINATIES VOOR HET KONIJN. 
MYXOMATOSE.
Myxomatose steekt ieder jaar weer de kop op en roeit dan veel wilde konijnen uit.
Omdat de ziekte vooral wordt overgebracht door stekende insecten en dan met name muggen, kunnen tamme (huis)konijnen hem ook makkelijk krijgen. Ook een konijn op een flat, tien hoog, midden in de stad is niet per definitie veilig.
De grootste risicogebieden zijn dichtbij bossen en in de buurt van de duinen, omdat daar veel wilde konijnen wonen. De eerste meldingen van de ziekte komen dan ook meestal daar vandaan.
Myxomatose is een afschuwelijke ziekte:
Na besmetting ontwikkelen zich zogenaamde myxomen, een soort bulten. Die zie je verschijnen rond de ogen, de snuit, de oren en de anus.
Het konijn gaat niet meteen dood, dit kan wel een week duren.
De incubatietijd is tussen de 1 à 2 dagen en 1 week.
Er zijn theorieën dat je konijnen tegen de overdracht van dit virus zou kunnen beschermen in plaats van ze in te enten. Je zou met gaas ervoor kunnen zorgen dat er geen stekende insecten bij je konijn kunnen komen. Als tijdelijke noodmaatregel, als je konijn bijvoorbeeld door ziekte nog niet geënt mag worden, zou je dit kunnen doen, maar je moet dan heel zorgvuldig zijn.
Het beste is om de eerste inenting in het voorjaar te doen, rond april, mei.
Eventueel herhaal je dat nog een keer in juli, augustus. Zeker als je nog een jong konijn hebt of in een gebied woont waar de risico's op besmetting heel groot zijn.
De enting werkt al na 7 dagen.
Een uitzondering betreft dwergkonijnen:
Er wordt geadviseerd deze pas te enten als ze ouder zijn dan drie maanden.
De entstof heet Lyomyxovax. Veel dierenartsen hebben verpakking met entstof voor 10 konijnen tegelijk en zullen dan vaak proberen een stel konijnen tegelijk te enten. Het konijnen spreekuur.
VHS. Ook wel VHD of RHD genoemd.
Deaandoening heet RHD (Rabbit Haemorraghacig Disease) ook wel VHD (Viraal Hamorrhagische Diarree) en VHS (Viraal Haemorrhagisch Syndroom) genoemd. De benaming VHS wordt momenteel als meest gangbare Nederlandse benaming beschouwd. Viraal Haemorrhagisch Syndroom. Er zijn meer namen bekend zoals: VHD (Viral Haemorrhagic Disease) en Calicivirus, maar VHS is hier de meest gangbare.
De ziekte is in 1984 voor het eerst gezien in China en heeft zich naar Europa verspreid. Het is ook een virusziekte en vreselijk besmettelijk. De verspreiding gaat door mest, insecten en materiaal dat besmet is door zieke dieren, zoals gras.
Meestal worden konijnen pas vanaf 10 weken besmet.
De incubatietijd is 1-3 dagen.
Er zijn 3 vormen:
1. De zeer snel verlopende vorm : het konijn is meteen dood.
2. De snel verlopende vorm : depressie, stoppen met eten, benauwdheid, koorts (40,5-41,5), gebrek aan coördinatie, soms schreeuwen en tandenknarsend. Vaak zie je in het laatste stadium schuimig, bloederig snot en volgt de dood.
3. De milde vorm (heel zeldzaam) : het konijn herstelt en is levenslang immuun.
Het beste is om ook tegen VHS in het voorjaar te enten.
Dit mag bij alle konijnen vanaf 8 weken.
Deze enting werkt na 7 dagen en blijft 1 jaar geldig.
De entstof die over het algemeen in Nederland wordt gebruikt, heet Cunical.
Deze entstof is wel in 1 konijnendoseringen verpakt.
Het is natuurlijk het makkelijkste om de twee entingen in het voorjaar te combineren. Het is wel slim als de dierenarts iedere enting op een andere plaats zet. Beide entingen kunnen namelijk een ent reactie geven in de vorm van een bult.
Die van VHS kan een ander verloop hebben dan die van Myxomatose:
Dus daarom is het goed te weten welke enting reageert.
Meestal verdwijnt deze reactie weer vanzelf, hoewel dat wel even kan duren.
Dus:
Myxomatose enting:
In het voorjaar, vanaf 1 maand oud, dwergjes pas na 3 maanden oud.
Herhalen na 2-4 maanden (afhankelijk van het besmettingsgevaar), zeker bij jonge dieren.
VHS enting:
In het voorjaar, vanaf 8 weken oud. Ieder jaar herhalen.
TATOEËREN.
Konijnen die voor de fokkerij of voor de tentoonstelling worden gehouden, behoren een tatoeage nummer in de oren te dragen.
Het tatoeage nummer wordt op een bepaalde leeftijd gegeven van:
_8 tot 10 weken (voor dwergkonijnen).
_6 tot 8 weken( voor de midden, en grote rassen).
De leeftijden voor het tatoeëren is voor het belang van het dier, wanneer er later wordt getatoeëerd, zijn de oren te vlezig en meer doorbloed. Dan zou het pijnlijk kunnen worden voor het dier. Wanneer de buiten temperatuur hoger is dan 25 graden, dan is er ook meer kans op bloedingen omdat het bloed dan dunner is.
De nummers en letters worden met een tatoueertang in de oren geknipt, vervolgens worden de nummers en letters met inkt of pasta in de oren gewreven. Het dier wast de overige pasta of inkt zelf uit de oren en de letters en cijfers blijven zichtbaar.
Natuurlijk wordt er bij de dwergkonijntjes een kleinere tang gebruikt, dan bij de andere rassen.
De betekenis van de letters en cijfers:
In het rechter oor van het konijn, staat als eerste een cijfer, deze geeft het laatste cijfer van het jaar aan. bijvoorbeeld: 2010 het laatste cijfer is de 0, in 2011 wordt het de 1, enz. enz. Het jaartal is het geboorte jaar van het konijn! Hier achter komen dan de verenigingsletters; bij onze vereniging is dat ZX. Deze letter combinatie is per vereniging verschillend! In het linker oor van het konijn wordt met het eerste cijfer de maand aangeduid en de daarop volgende cijfers verteld ons dat dit het zoveelste konijn is wat er die maand getatoeëerd is. Bijvoorbeeld: 352, geboren in maart en dit is het 52ste konijn dat voor die maand is getatoeëerd. Neem nou 8108; augustus geboren en het is het 108ste konijn wat er voor die maand aan konijnen getatoeëerd is.
Dit wordt in Nederland toe gepast, in andere landen zijn er weer andere codes.
Het tatoeëren van Jonge konijnen in 2011.
Om uw jonge konijnen te kunnen laten tatoeëren is het dekbewijs nodig.
De dekbewijzen zijn van de website af te halen, of bij de tatoeëerder te verkrijgen.
De dekbewijzen dienen binnen 21 dagen bij de tatoeëerder aanwezig te zijn.
Het adres is tevens ook het tatoeëer adres:
Teunis Slagterstraat 3,1551CE te Westzaan.
De Tatoeëer data in 2011 zijn:
Dinsdag Dinsdag
15. februari 10. mei
1. maart 24. mei
15. maart 7. juni
29. maart 5. juli
12. april 19. juli
26. april 2. augustus
Na 2 augustus is het tatoeëren op aanvraag!
De tijden:
Dinsdagavond tussen 19:00 en 20:00uur
Zorg dat uw dieren op de juiste tijd worden getatoeëerd!
Voor dwergrassen op de leeftijd van: 8 á 9 weken; kleine en middenrassen op 7 á 8 weken en de grote rassen op 6 á 7 weken leeftijd.
Op de hierboven genoemde leeftijden hebben de dieren er het minste last van en groeien de letters/ cijfers goed uit in de oren.
De kosten van het tatoeëren bedraagt €0,50 per konijn.
á contant bij het tatoeëren te betalen.
De dekbewijzen behoren zo volledig mogelijk te zijn in gevuld, met name de n.k.b./KLN nummers.
De dekbewijzen met balpen invullen.
Klik hier om het Dekbewijs te downloaden
Veel succes in het fokseizoen!
De Tentoonstellingen.
Als men dieren heeft gefokt van een goede kwaliteit, die voldoen aan de ras standaard, dan kan men met deze dieren naar een tentoonstelling.
De Rasstandaard kan met bestellen bij KLN (Kleindier Liefhebbers Nederland). Daar in staan alle konijnenrassen die in Nederland zijn erkend.
Elk dier heeft zijn eigen standaard, daar in wordt er duidelijk omschreven waaraan het dier moet voldoen voor de Nederlandse tentoonstellingen.
Dit alles is wel al heel belangrijk als men een raskonijn wil gaan fokken. Zo weet je waar je op moet letten tijdens het fokken en selecteren van de dieren.
Voordat men het dier kan inschrijven op een tentoonstelling, behoor je als inzender een fokkersnummer te bezitten, die krijg je als je lid wordt bij een vereniging, die aangesloten is bij de KLN.
Onder dit nummer kan men via het inschrijfformulier het dier inschrijven voor de tentoonstelling.
Op volgorde hoe de dieren zijn ingeschreven, komen ze ook op de keurtafel, maar er is wel een tentoonstelling volgorde.
Als eerste komen de oude mannen op tafel gevolgd door de jonge mannen, oude vrouwen en jonge vrouwen.
Onder Jong verstaat men de dieren die het afgelopen seizoen zijn geboren.
De oude dieren zijn de dieren die een voorgaand seizoen zijn geboren, dus vanaf 1 jaar en ouder.
Verzorging/ toiletteren vooraf aan de tentoonstelling.
Het dier behoord volledig getoiletteerd en schoon op de tentoonstelling aangeleverd te worden.
Konijnen hebben naast hun geslachtsorgaan aan beide zijden een plooi zitten, deze moet schoon gemaakt worden!
De onderzijde van het konijn, vooral de poten behoren schoon te zijn, bij witte poten behoren deze ook zo wit mogelijk te zijn!!!( dit heeft ook met de bodembedekking en hygiëne te maken in de hokken thuis)
De nagels behoren geknipt te zijn op de juiste lengte en de nagels zijn schoon!
Ook de oren van het konijn horen schoon te zijn, soms vooral bij jonge dieren kan er nog inkt op de oren zitten, dit moet geheel verwijdert worden!
Bij sommige kleurslagen komt het wel eens voor dat er witte of zwarte haren of pluisjes in de vacht ontstaan, deze moeten als het kan verwijdert worden.(als je zelf maar weet dat ze er zitten)
De tanden moeten worden nagekeken. Een foutief gebit geeft uitsluiting!
Verder hoort het dier gezond te zijn en in goede conditie.(vleesconditie)
Inkooien van de dieren.
Op het inschrijfformulier wordt ook vermeld wanneer de dieren kunnen worden ingekooid. Dit gebeurd meestal een dag voor de keuring.
Je moet de dieren op tijd in de kooien hebben zitten, anders doen ze niet mee.
Voor de tentoonstelling krijgt men een formulier met daarop de kooinummers voor het des betreffende dier.
Wil men een dier wisselen, wanneer een dier niet naar de tentoonstelling kan, dan mag er alleen een dier van de eigen categorie in de kooi plaats nemen.(dus een man oud voor een man oud, een vrouw jong voor een vrouw jong etc.)
Vanuit de tentoonstellingsorganisatie wordt er gezorgd voor de bodembedekking, water en voer.
De keuring.
Smorgens wordt er begonnen met de keuringen, de keurmeester loopt meestal eerst even langs de kooien om de dieren te bekijken.
Daarna worden de dieren op volgorde opgehaald door de aandrager, die ze naar de keurtafel brengt.
Daar wordt het dier gekeurd door de keurmeester, die de schrijver precies verteld wat er op de beoordelingskaart moet worden genoteerd.
Nadat alle dieren van een ras zijn beoordeeld, zal de keurmeester de behaalde predicaten bekronen.
Aan het einde van de keuring worden de beste dieren van alle keurmeesters bij elkaar op tafel gezet en worden ze opnieuw door meerdere keurmeesters bekeken, de punten telling gaat d.m.v. het ophouden van punten per keurmeester.
Het dier met de meeste punten wordt dan kampioen.
In de Catalogus staan de prijzen bekend, soms met een code, die weer op te zoeken is in de jaarlijkse Almanak.
Het uitkooien.
In het vraagprogramma staan ook de tijden van het uitkooien van de dieren.
Meestal mogen verkochte dieren eerder worden uitgekooid.
De tentoonstellingsdieren mogen pas als laatste worden uitgekooid, de deuren gaan pas open als iedereen zijn eigen dieren weer heeft.(soms wordt er weleens een dier vermist, dan blijven de deuren gesloten!)